NLP-Technieken en leerproblemen

NLP-Technieken en leerproblemen

Hoe kan de leerkracht achterhalen hoe kinderen omgaan met informatie van lezen, spellen en rekenen en ze kan helpen om het gemakkelijk te maken door NLP?

In Amerika zijn er spellingswedstrijden voor kinderen van verschillende leeftijdsgroepen. Kunnen en willen wij iets leren van kinderen die blijkbaar erg goed zijn in het spellen van woorden? Bij het achterhalen van de strategie (werkwijze / zintuig gebruik) die deze kinderen gebruiken komt een belangrijk aspect naar voren: Al deze kinderen zien de woorden als tekst in hun hoofd en lezen dan vanaf dat beeld de letters op. Blijkbaar helpt deze strategie. De vraag die we kunnen stellen is: Kan deze strategie nuttig zijn om kinderen die minder goed zijn in spellen te ondersteunen? ( Richard Bandler; NLP Master Trainer uit Strategiën).

Leraren krijgen steeds meer te maken met kinderen die serieuze problemen hebben met lezen, rekenen en spellen zowel in hun dagelijkse schoolleven en daarbuiten. Een onderzoeksvraag naar (de mate van) dyslexie is gauw gesteld. Soms lukt het om snel (deel)onderzoek te doen, helaas duurt dit in een groot aantal gevallen veel langer. Al die tijd dat er gewacht wordt om onderzoek te kunnen doen, naast het wachten op de resultaten, blijft er vaak niets anders over dan oefenen, veel oefenen. Dat oefenen is vaak een frustrerende bezigheid voor zowel ouder, leerkracht als kind.

Kan dat niet anders?
Welke manieren zijn er om kinderen die minder snel zijn met lezen, rekenen of spellen te helpen?

Door uit te gaan van de volgende metafoor wordt bovenstaande duidelijker. Denk eens terug aan je eerste autorijles. Wat zou er gebeuren als je leerling op de bijrijder stoel zou gaan zitten. Als de instructeur dan op de achterbank gaat zitten dan kan het oefenen voor het rijbewijs beginnen. Een ding is zeker vanuit de huidige positie gaat het heel lang duren, is er weinig dan wel geen vordering en een rijbewijs uitgesloten.

Bij het leren lezen en rekenen is het niet anders. Het overgrote deel van de leerlingen neemt direct plaats op de bestuurders stoel en dat gaat prima. Ze zijn vaardige rijders en nemen graag het stuur in eigen hand. Een groeiend aantal leerlingen neemt onbewust plaats als passagier (bijrijder) in verband met hun vaardigheidsniveau en dan is verwerving van een vaardigheid een stuk moeilijker, zo niet onmogelijk. Voor de rij-instructeur is het eenvoudig om de leerling op de goede plaats te zetten. Met een korte zin zal de instructeur de leerling op de bestuurders stoel zetten. Daarmee is het probleem voor de aspirant chauffeur opgelost. Want nu zit hij op een positie waarin oefenen voor het rijbewijs zin heeft.

Laten we als voorbeeld het spellen van woorden nemen. Van kinderen die goed kunnen spellen weten we dat zij beelden maken van de woorden en daarna de letters gewoon oplezen. Een goede vaardigheid dus. Zeker bij langere woorden en woorden met klanken een voorwaarde. Zij zijn dus direct achter het stuur gaan zitten en hebben onbewust de juiste plek gekozen om te leren. Vanuit die positie hebben zij een manier gevonden die voor hen werkt.

Kunnen anderen daar ook gebruik van maken?
Als leerkracht is de competentie observeren erg belangrijk. Essentieel bij observeren is gebruik maken van al je zintuigen, waarmee je kunt waarnemen. Er is er een goede test die ouders en leerkrachten kunnen uitvoeren bij het uitzoeken of de leerling wel op de juiste stoel zit en dat is gemakkelijker als u denkt. Om waar te kunnen nemen of een leerling in de goede stoel zit moet je weten waar je op moet letten. Het is voor de leerkracht minder gemakkelijk om te zien of aan de voorwaarde om goed en gemakkelijk te spellen wordt voldaan. Ieder mens en dus ook kind is anders. Dat is geen geheim en daar ligt een oplossing. Ieder mens/kind gebruikt zijn of haar zintuigen op een andere mannier. Van de vijf zintuigen zijn er voor het leren drie het meest van belang: zien, horen en voelen. In het geval van spellen is zien de belangrijkste. Bij het achterhalen van de strategie van kinderen die goed spellen blijkt dan zien (het maken van beelden) het belangrijkste zintuig is.

Hoe weten we nu welk zintuig het kind gebruikt?
Voor een oplettende begeleider is dat geen probleem. Het is kijken naar de beweging van de ogen. Oogbeweging zijn onbewuste bewegingen van het oog die aangeven waar de gegevens vandaan gehaald worden. Het is zelfs zo, dat als de ogen onbeweeglijk moeten blijven het ophalen van herinneringen veel moeilijker is, dan wel onmogelijk. Als we bijvoorbeeld vragen wat was de kleur van de voordeur van het huis van je ouders, kunnen er twee dingen gebeuren. Er komt meteen een antwoord of, het kind kijkt omhoog en geeft dan een antwoord. In het 2e geval gaat de het kind direct visueel (zien) kijken naar de deur. Zij hebben daar een plaatje van en komen dan met een antwoord. In het eerste geval is het een duidelijke herinnering die snel oproepbaar is. De oplossing is dan vragen naar meer detail. Vraag dan bijvoorbeeld naar de deurknop of de brievenbus. Laat ze de deur in detail beschrijven, dan gaan ook zij oogbewegingen maken. Voor een uitgebreide uiteg is er veel literatuur. In iedere publicatie van Neuro Linguistisch Programmeren vind je informatie over oogpatronen. Naar boven kijken is dus visueel. Horizontaal naar links en rechts is auditief (horen). Naar beneden is kinesthetisch (gevoel) of een zelfgesprek. Het wordt allemaal nog duidelijker in het schema hieronder.

OOGPATRONEN
De richting van de oogbeweging zijn zo aangegeven dat het is alsof de persoon voor je zit
Vc = Visueel construeren Vr = Visueel herinneren (remind)

Act Auditief opgebouwde geluiden Art Auditief herinnerde geluiden tonaal of woorden tonaal of woorden K Kinesthetisch – sensaties & Ad Auditief Digitaal hoofdzakelijk gevoelens woorden & geluiden. (ook reuk en smaak) Voor de test is het niet van belang of het woord uit de herinnering komt dan wel geconstrueerd wordt. Zie schema oogpatronen. De hoofdzaak is dat kinderen naar boven kijken bij het spellen.

Een voorbeeld:
Een kind heeft in het begin leren spellen met zijn gehoor – auditieve kanaal. Zolang de woorden kort waren ging dat prima. Bij woorden met een duidelijke klank was er geen enkel probleem. Bijv. fiets. Voor het kind werd het pas moeilijk als er woorden werden gebruikt die langer waren dan vier letters of als er woorden gebruikt werden die een klank hadden die geen uitsluitsel gaven over de letters. Bijv. auto, koud, bed. Als het kind er niet uit kwam, schreef hij datgene op wat hem het beste gevoel gaf (raden). Allebei de zintuigen ( horen en gevoel ) zijn minder geschikt bij het leren spellen en leveren extra moeilijkheden op. Automatiseren is dan bijna uitgesloten. Uit de strategie van de Amerikaanse kinderen blijkt dat het hebben van het goede beeld veel belangrijker is als de goede klank of gevoel.

Vraag een kind een woord te spellen. Als de ogen bij woorden omhoog gaan dan is er geen strategie probleem. Gaat het kind met de ogen naar links, rechts of omlaag dan is er hoogstwaarschijnlijk een (automatisering) probleem. Bied in dit geval de woorden hoog aan en laat het kind met de ogen de beweging maken, niet met het hoofd. Het kind moet leren om beelden te maken van de woorden. Het kind is enthousiast te krijgen door te zeggen dat er spiekbriefjes gemaakt worden in het hoofd en dat alleen zij daarop kunnen kijken. Het komt voor dat kinderen zeggen dat ze geen beelden kunnen maken. Zij doen dat wel al zijn zij zich dat niet bewust. Een leuke manier om kinderen te

leren met beelden te werken staat beschreven in ons boek “Coach met Inzigd”. Veel kinderen vinden het erg leuk om hun slaapkamer te ‘verbouwen’ en het bed waarin ze slapen te veranderen. Op deze manier oefenen ze in het maken van beelden. Voorbeelden hiervan zijn: De kleuren veranderen, bed op de gang zetten, het bed groter en kleiner maken enz. enz.. Als kinderen goed spellen en toch slecht lezen en of schrijven is de volgende test vaak een eye-opener. Laat het kind het alfabet opschrijven. Het liefst op drie verschillende manieren, en wel de volgende. In drukletters, schrijfletters en hoofdletters. Bekijk de geschreven rijen en let erop of de letters wel in de juiste rij staan. De drukletters bij de drukletters, schrijfletters bij de schrijfletters en hoofdletters bij de hoofdletters. Wat wij zien is, dat er vaak letters niet in de juiste rij staan of ontbreken. Dat is lastig automatiseren. Een kind is in een boek aan het lezen. Tijdens het lezen komt het kind een letter tegen die in de rij drukletters voor hem/haar anders is (schrijf- of hoofdletter). Nu ontstaat er een zoektocht naar de juiste letter. Dit levert vertraging op en staat gemakkelijke automatisering in de weg.

De oplossing is ook dan eenvoudig: Oefen eerst met het plaatsen van de letter in de juiste rij en voeg eventueel gemiste letters toe. Dan zijn de problemen snel opgelost en kan er plezier ontstaan bij het lezen en schrijven.

Uit de praktijk
Er kwam een kind bij mij in de praktijk die in groep 3 zat. Zij had deze groep al gedoubleerd. Ze had serieuze leesproblemen. Wat ik constateerde was dat als ze iets vertelde zij niet omhoog keek. Ik heb haar het alfabet op laten schrijven van de leesletters. Wat ze opschreef was hoofdletters, schrijfletters en leesletters door elkaar. Ze had van elke letter geen beeld gemaakt in haar hoofd. Wat we samen gedaan hebben is de leesletters zo in haar hoofd gezet dat ze die in haar hoofd kan zien ( spiekbriefjes in het hoofd). Dus van elke letter is een beeld in haar hoofd gemaakt. Ze kan nu elke letter zien in haar hoofd wat ze hiervoor niet kon. Het effect was dat ze mij na 2 dagen belde om te vertellen dat ze nu de ondertiteling van de televisie mee kan lezen. Voor de aanpassing was zij daar niet toe in staat.

Een ander voorbeeld
In de zomer van 2007 ben ik naar Amerika geweest om mijn Trainerdiploma NLP te halen. Ik had de lesstof op mijn i-pod staan en luisterde ( auditief) er naar. Als ik daarna voor mezelf de lesstof wilde herhalen wist ik niet meer waar deze over ging. Toen heb ik tijdens het luisteren beelden ( visueel) gemaakt over de onderwerpen. Alle lesstof die daarmee samen hing aan dat onderwerp verbonden. Nu kon ik het wel onthouden. Ik kijk in mijn hoofd naar het plaatje en weet als ik een training geef wat ik kan vertellen zodat de cursisten het hele verhaal te horen krijgen. Ik ben cum-laude geslaagd voor mijn examen dat in het engels werd afgenomen. Voorbeeld Rekenen.

Voor kinderen die moeite hebben met rekenen worden de sommen in het hoofd gezet op dezelfde manier als de letters of de woorden. Heeft het kind de tafeltjes gehad dan worden deze t/m het tafeltje van 10 erin gezet. Ik hoor van de kinderen dat het daarna net is of ze een rekenmachine in hun hoofd hebben. Om terug te komen op de vraag of oefenen nuttig is? Oefenen is zeer zeker nuttig en zelfs essentieel om te automatiseren. Wat helpt is voor het oefenen controleren of de voorwaarden kloppen. Door daar eerst naar te kijken zal het effect van oefenen sneller het gewenste resultaat hebben. Daarmee wordt frustratie van leerkracht, ouder en kind voorkomen.

Is de manier van werken van de leerling de effectiefste? Hoe kan de leerkracht er beter mee omgaan? Het voordeel is dat kinderen niet of minder lang hoeven te oefenen en sneller kunnen gaan spelen. Zij komen beter in hun vel te zitten en dat is wat we allemaal willen………. Toch?

Carla Beljaars (Trainer NLP en Trainer Ericksoniaanse Hypnotherapy).
Henk Beljaars (Master Trainer NLP) Auteurs van het boek “ Coach met Inzigd”.
Te bestellen via de website HYPERLINK “http://www.hnlp.eu” www.hnlp.eu onder het kopje contacten.

Literatuur: Training Trances: John Overdurf en Julie Silverthorn Motivation Strategies, Decision Strategies, Learning Strategies, Spelling Strategies and modeling: John Overdurf and Julie Silverthorn From frogs into princesses: John Grinder Exploraties in Hypnotherapie: Milton H. Erickson en Ernest L. Rossie. Volume 1 The Nature of Therapeutic Hypnosis of the collected Works of Milton H. Erickson Coach met Inzigd: Carla en Henk Beljaars